Konikpaarden

 


Van de konikpaarden wordt vaak gezegd dat hij verwant is aan de tarpan, een uitgestorven wild paard uit Oost-Europa. Evenals vele andere oorspronkelijke paardenrassen is de konik klein (ponymaat) en toont zijn vacht kenmerken van het wildkleurpatroon. Deze eigenschappen maken het paard in de vrije wildbaan minder zichtbaar voor mogelijke predatoren. De konik in de vrije wildbaan heeft geen verzorging nodig en kan het hele jaar buiten blijven. Om deze reden wordt het dier ingezet ter begrazing in natuurgebieden. Ook wordt gekozen voor de konik omdat hij geen kenmerken heeft die door fokkers speciaal voor het gebruik door de mens geselecteerd zijn. De koniks zijn nagenoeg vrij van ziekten die gedomesticeerde paarden kunnen hebben. Hun karakter wordt omschreven als gewillig, rustig en sober.

 

In Nederland werden koniks voor het eerst in 1981 geïntroduceerd in het natuurbeheer. De introductie was niet uitsluitend bedoeld als manier om bebossing tegen te gaan zoals voorheen de inzet van boerenvee, maar als een integraal onderdeel van de natuur. Grazers en de natuur om hen heen moeten zich in deze visie in onderlinge afhankelijkheid ontwikkelen. Natuurbeheerders moeten zorgen dat er natuurlijke kuddevorming zou plaatsvinden zonder dierverzorgende maatregelen en dat overbevolking uitsluitend aselect en op basis van ecologische ontwikkelingen van het gebied zouden plaatsvinden.

 

 

 

 

 

Free Nature

De Foundation voor Restoring European Ecosystems is in 2007 opgericht vanuit ARK Natuurontwikkeling. Onze ervaring gaat echter veel verder terug. Al sinds de jaren ’90 van de vorige eeuw doen we ervaring op met natuurlijke begrazing. In ruim 25 jaar tijd hebben we een schat aan kennis opgedaan over het natuurlijke leven van wild levende paarden en runderen. In de loop der tijd kwamen hier de wisent en waterbuffel bij.

 

 

Deze pagina is in bewerking